Op zoek naar een koe

Tussen het werk in het kinderhuis en in de kliniek gaan ook de voorbereidingen voor de bruiloft rustig door. Erg leuk om te doen, helemaal aangezien er opnieuw een wereld voor mij open gaat, een prachtige wereld die ik ook graag met jullie wil delen.

Een van de belangrijkste aspecten van een feest hier in Uganda is de maaltijd. Een feest is geen feest als je niet goed en vooral veel gegeten hebt. En met eten, bedoelen ze een echte maaltijd. Taart, toastjes en andere lekkere hapjes tellen niet mee. Dus hier geen diner voor een geselecteerd groepje, maar voor iedere gast die komt. Hetgeen een tweede interessant punt is, want als ik hier iemand persoonlijk uitnodig is het niet raar als hij zelf nog 3-4 mensen mee neemt. Partner, vrienden, neefjes en nichtjes. Alles kan. Zodoende verwachten we dus ook ruim 400 mensen op de bruiloft.

IMG_1447

Daar horen uiteraard de nodige inkopen bij. We hebben een team dat gaat koken, wij hoeven echter alleen te zorgen dat alle inkopen er zijn; vers van de markt, groente, fruit, vlees; alles! Supermarktproducten houdt men hier niet van.DSC00092

Zodoende waren wij ineens op zoek naar een koe. Het vlees is hier overal langs de weg te krijgen, slagers in overvloed. Maar volgens vrienden hier, is het onverstandig vlees voor 400 man bij de slager te halen. Ze stoppen er dan vaak veel vet en botten bij, waardoor je of erg duur uit bent of niet genoeg vlees hebt. Hun advies, koop een eigen koe. Die kunnen we dan de komende maanden goed voeden en vervolgens kunnen we echt biologisch vlees serveren. Zodoende begon de zoektocht, naar onze eigen bruiloftskoe. En het is gelukt, missie koe is geslaagd. Dus een lekker stukje vlees hebben we in ieder geval voor iedereen.

DSC03006

IMG_6260
Een van de lokale slagers 🙂

De bruiloft hier is een groot sociaal gebeuren, waarbij iedereen bijdraagt wat hij bij dragen kan. Vaak heb ik mij afgevraagd hoe het mogelijk is dat mensen amper geld hebben om hun kinderen naar school te kunnen sturen, maar wel zulke grote feesten kunnen geven. Maar het geheim erachter is mij duidelijk geworden. Regelmatig kreeg ik een begroting van mensen in mijn handen gedrukt met een briefje erbij, waar je op kon schrijven hoeveel je bij wilde dragen.

De begroting is hier bijna heilig, je hoeft hem niet eens zelf uit te delen, mensen komen erom vragen en zijn eigenlijk beledigd als je hen geen deelgenoot maakt van jouw begroting. Ze dragen liever hun 1000 Ugandese shilling (25 eurocent) bij, dan geen deelgenoot te zijn van het proces.

Er zijn zelfs speciale vergaderingen voor: ‘de bruiloftsvergadering’. Het belangrijkste of eigenlijk enige onderwerp is de begroting en het doel van de vergadering is geld inzamelen op welke manier dan ook. Mensen worden ‘betaald’ om dansjes te doen, liedjes te zingen of levende prullenbak te spelen en al het geld gaat in de pot voor de bruiloft. Als iemand geld biedt zodat jij een dansje kan doen, heb je twee keuzes: of je biedt een  hoger bedrag zodat diegene zelf een dansje moet doen of je gaat dansen? De eerste keer stond ik er versteld van, alsof we terug gingen in onze studententijd, maar dan in Afrika. Maar de vergaderingen zijn erg leuk, we lachen wat af met zijn allen. En als toekomstige bruid wordt ik gespaard; geen dansjes voor mij tijdens de vergadering! J

Nu alleen nog oefenen totdat mijn heupjes ook van links naar rechts kunnen swingen zoals de rest, zonder dat de rest van mijn lichaam ook alle kanten op vliegt en dan ben ik er helemaal klaar voor. Nog maar 7 weken, het aftellen is begonnen.

DSC02922

Advertenties

Van saaie dagen, tot dagen waarvan ik in Nederland nooit had kunnen verzinnen dat ze bestaan

Het leven hier op het terrein van het kinderhuis en in de kliniek is net een achtbaan. Soms is het hollen en dan weer even stilstaan. Vooral de afgelopen weken, toen de kinderen vakantie hadden en het regenseizoen ook goed van zich liet horen, was het erg rustig in de kliniek. Dagen waarop ik het aantal patiënten op twee handen kon tellen waren geen uitzondering. Die paar patiënten die wel kwamen waren vaak een variant van malaria: een baby met malaria, malaria in het eerste trimester van de zwangerschap, malaria aan het eind van de zwangerschap, gecompliceerde malaria, maar meestal gewoon malaria en nu op het allerlaatst malaria bij mezelf.

Deze dagen werden echter afgewisseld door extreme casussen. Om even terug te gaan in de tijd begon het eigenlijk al vanaf maart. Ineens zat ik in een vliegtuigje van ‘Flying Doctors’ naar het Nairobi Hospital in Kenia samen met een van onze vaste medewerkers. Zij had ineens sinds een paar dagen hevige pijn op de borst bij inspanning en zelfs de meest geringe inspanning kon ze niet meer aan. Dit in combinatie met het verhaal van haar vader die ook op zijn 30e een hartinfarct had gehad, zorgde hier voor de nodige onrust. In eerste instantie zijn we bij het ‘Heart Institute’ in Mulago Hospital (Kampala) geweest. De diagnostiek die hier verricht kon worden is beperkt en dus raadde deze cardioloog haar aan om terug te gaan naar Nederland voor verdere onderzoeken. Nu was er nog geen schade aan het hart zichtbaar, maar goed het was ook niet aan te raden om daar wel op te wachten en meer konden ze hier niet doen. De verzekering betwijfelde echter of het wel veilig was om helemaal naar Nederland te vliegen en zodoende moest zij ineens naar Nairobi. Aangezien ik degene was geweest die haar zowel hier in de kliniek had gezien, mee was geweest naar Mulago en de medische taal versta vroeg zij aan mij of ik met haar mee wilde. Zodoende zat ik ineens als klein beetje ‘flying doctor’ in het vliegtuig. Na enkele onderzoeken bleek dat het gelukkig geen hartinfarct was, maar een ontsteking van het hartzakje. Soortgelijke klachten, maar veel onschuldiger van aard. Dus een week later vlogen wij weer terug naar Uganda. Bijzonder om te zien, dat slechts een uurtje vliegen vanaf Uganda er medische zorg mogelijk is die zelfs in de buurt komt van de zorg in Nederland. Goed om te weten, alhoewel ik hoop er nooit gebruik van te hoeven maken.

Maar ook hier in de kliniek maken we de gekste taferelen mee. Door de verhalen van onze kinderen uit het kinderhuis, zijn we het nodige gewend, maar momenteel lijkt het wel alsof alles in de overtreffende trap is.

Zo had ik tijdens mijn vorige dienstweek drie kinderen op de afdeling opgenomen in een week tijd, echter allen zonder moeder maar met alleen een oma. Het eerste meisje waren we door de politie over gebeld en hadden we met de ambulance opgehaald in Katosi. Een meisje van 2,5 jaar oud maar slechts 5,5 kg zwaar. Haar oma had drie dagen daarvoor de zorg voor haar overgenomen, nadat de moeder het kind bij hun kant van de familie had gedumpt en er vandoor was gegaan. Een vader had het meisje niet meer, want die was al een paar maanden daarvoor aan AIDS overleden. Ook het meisje is HIV positief, net als de oma overigens. Alhoewel ik op het nieuws hoor dat het aantal mensen met HIV eindelijk aan het afnemen is, zie ik daar hier nog weinig van. Inmiddels twee weken later is ze wonder boven wonder nog in leven. De zorg hebben we na een week aan Mulago over moeten dragen, aangezien zij een bloedtransfusie nodig had. Maar iedere woensdag, kan ik zien hoe het met haar gaat tijdens mijn meeloopdagen op de ondervoedingsafdeling daar.

Het tweede meisje hebben we ook met de ambulance opgehaald. Ditmaal kregen we een telefoontje van de politie over een baby in een pitlatrine. Zodra Piet het telefoontje had ontvangen stond hij met loeiende sirenes bij de kliniek om ons te pikken en op pad te gaan. Eerst richting politiebureau om de politie officier op te halen die wist waar het kind was. Daarna terug de andere kant op. Eenmaal aangekomen op de locatie bleek dat de politie het kind er al uit had gehaald en het geen pasgeborene was, maar een meisje van 7 maanden. Doelbewust door haar moeder in de pitlatrine gegooid. De schade was gelukkig beperkt, enkele schrammen op het hoofd. We hebben haar 24h ter observatie gehouden en daarna kon ze veilig met haar oma mee naar huis.

Vervolgens kwam er een jongetje binnen, 1 jaar oud, met zijn oma en vader. Die dag hadden ze voor het eerst hun kind en kleinzoon gezien. De moeder had in eerste instantie geweigerd hen het kind te geven of laten zien. Ze hadden slechts een telefoontje ontvangen na de geboorte, maar op dat moment had de moeder al een nieuwe partner. Nu had ze echter een nieuwe baby van 3 weken oud en dit kind was ziek. Zodoende werd de vader alsnog gebeld om de zorg over te nemen. ’s Avonds rond half 10 bereikten ze nog onze kliniek en zag ik een ernstig ondervoed en ziek kind. Dit kindje heeft het zelfs niet mogen redden en overleed anderhalve dag later.

_6010275Twee weken later was ik ineens zelf ambulance chauffeur. Piet was ziek en dus kreeg ik het verzoek van Pita om met haar een nieuwe baby op te gaan halen voor het kinderhuis. Het enige wat ze te horen had gekregen was, een klein meisje van ongeveer een maand. In welke conditie wisten we niet. Aangezien we al vaker hebben meegemaakt dat we een gezo_6010282nde baby aangekondigd krijgen en het tegenovergestelde aantreffen gaan we met de ambulance op pad om geen tijd te hoeven verspillen. Het was een prachtig meisje, grote heldere ogen, maar enorm klein. We vermoeden dat ze te vroeg is geboren en nu ongeveer 6 weken oud is. Ze was achtergelaten bij iemand in de tuin. Die had ’s ochtends vroeg al gehuild gehoord in zijn tuin maar hij had daar weinig aandacht aan besteed. Toen hij ’s middags nogmaals de tuin in ging en opnieuw baby gehuil hoorde besloot hij dat dit raar was en ging hij kijken om daar dit piepkleine meisje van slechts 1.8 kg aan te treffen. Eenmaal thuis heeft ze de nodige medische zorg gekregen en ze doet het gelukkig ontzettend goed.

Een dagje Kampala met Ineke

Ineke komt bijna ieder jaar wel een aantal maanden naar Uganda toe. Deze keer hadden wij het plan om samen een dagje naar Kampala te gaan. Het werd een typische dag, alle plannen liepen net iets anders dan verwacht. Maar ze heeft in deze blog wel mooi beschreven hoe een dagje Kampala, de politie en alle bureaucratie werkt en hoe je vooral als blanke altijd aan het kortste eind trekt.

Dinsdag om negen uur vertrek ik met Tamar, de Nederlandse dokter van Noah’s Ark, naar Kampala. Blessing, 2 en een half jaar oud, gaat ook gezellig mee. Tamar heeft een auto en dat is best handig. Tegen 11 uur zijn we in Kampala. Best vlot. Maar dan haalt een taxi busje ons in en snijdt af. Om zijn achterlicht zit een ijzeren rekje om zijn achterlicht. Voor hem handig maar hiermee ‘knockt’ hij de auto van Tamar. We stoppen een eindje verderop. De chauffeur maakt aanstalten om er vandoor te gaan, maar als hij ziet dat er een agent aan komt blijft hij toch maar. De bumper hangt los en voor aan de zijkant zitten krassen. De agent vindt het een duidelijke zaak, de taxi chauffeur is de schuldige. We komen er vast wel uit en hij vertrekt. Later vraag je je af of hij het op een akkoordje met de taxi chauffeur heeft gegooid. De taxi chauffeur biedt 10.000 shilling voor de schade, nog geen 3 euro. Dat is zelfs hier een schijntje. Tamar eist minimaal 100.000. De chauffeur denkt dat de bumper met een paar schroefjes wel weer gerepareerd is. En de krassen lijkt hij totaal niet interessant te vinden. Wij wel! Tijd voor de chauffeur om zielig te gaan doen: ‘Ik heb geen geld’. Nou, dan moet je voorzichtiger rijden. Bovendien, als je tot 11 uur nog maar 10.000 shilling met je busje hebt verdiend, dan kun je maar beter stoppen. De conducteur komt erbij en om een lang verhaal kort te maken, zij houden vol en wij houden vol. Dan stelt de chauffeur voor om maar naar het politiebureau te gaan. Wij willen dan dat de conducteur bij ons in de auto komt, want anders geloven we echt niet dat hij naar het politiebureau gaat. Dat wil hij niet en uiteindelijk lukt het zo toch om er vandoor te gaan. Ik sta half voor het busje en om me omver te laten rijden gaat me toch echt te ver.

Maar wij geven niet op en gaan voor gerechtigheid. We gaan naar het politiebureau, waar het busje uiteraard niet is. Eerst worden we naar een ruimte gestuurd waar alle gegevens genoteerd worden, daarna moeten we naar een andere ruimte waar de verklaring (met de hand geschreven) voor de tweede keer wordt opgenomen. Een klein kind mee hebben blijkt positief te werken. Ondertussen ga ik met een andere politieman naar de auto om daar de noodzakelijke gegevens te bekijken en te noteren. Onder de ruitenwisser zit een bonnetje. Als je hier de auto aan de straatkant parkeert doet de parkeerwachter een bonnetje onder de wisser en als je vertrekt betaal je. Dat klopt dus. Onder de andere wisser zit een gele brief. Reclame? Nou, nee. ‘Heb je gezien dat jullie een wielklem hebben?’ vraagt de politieman. Nee, dus. Maar we mogen hier toch parkeren? Hij loopt met me naar de parkeerwachter en vraagt wat er aan de hand is. De klem is omdat meerdere keren het parkeergeld niet betaald is. De politieman doet nog een goed woordje voor ons: we staan hier om een ongeval te melden en er is ook een klein kind bij betrokken. Het klinkt zo allemaal veel erger dan het is, maar als het werkt… De politieman vindt dat we in ieder geval de wielklem niet hoeven te betalen. De parkeerwachter vindt dat we dat op hun kantoor moeten regelen.

Eerst maar terug naar Tamar om het ‘goede’ nieuws te brengen. Zover zij weet heeft ze altijd braaf betaald. De verklaring van de aanrijding is klaar en door ons goedgekeurd. De vrouw die de verklaring heeft geschreven is nogal aan de maat en zit klem achter haar tafel dus stuurt ze een ander weg om een kopie te maken. We moeten nu alleen nog naar de locatie waar ze een schade rapport maken, maar dat mag ook na de lunch.

Het politiebureau op zich is een foto serie waard. Bijv. het archief: In een open kast liggen stapels papieren met een elastiek er omheen. Privacy is ver te zoeken. Je doet gezellig aan een tafel met anderen aangifte. Er omheen zitten de wachtenden. Verder ziet alles grauw en goor. Alleen de agenten die ook op straat werken dragen witte uniformen en hoe ze die wit houden is ons een raadsel. We vragen het aan iemand, maar die moet er alleen maar om grijnzen. Ik waag me er maar niet aan om foto’s te maken. Eentje van Blessing met Tamar kan nog net. Laten we ons verder maar niet nog meer op de hals halen.

img_20170207_123317
Wel lachen, want de politieagent mag niet doorhebben dat we de setting proberen vast te leggen

Eerst maar de wielklem regelen. Met de boda gaan we naar het kantoor en wat blijkt? Er zijn inderdaad een aantal tickets niet betaald, maar die zijn, op 1 na, van de vorige eigenaar en van ruim 7 jaar geleden Tamar legt uit dat zij de auto toen nog niet had, maar de vrouw heeft hier geen boodschap aan. Er zit weinig pit in de vrouw en het enige wat ze kan vertellen is dat Tamar dat had moeten controleren toen ze de auto kocht. Maar, hoe dan? Met de telefoon! Daar heeft ze nu niets aan, maar handig om te weten voor de volgende keer. Deze keer dan toch maar betalen, inclusief verwijderen van de wielklem, want de politie kan wel vinden dat dat niet hoeft, maar ook hier heeft zij geen boodschap aan. Het is voor onze begrippen gelukkig geen wereldbedrag, ongeveer 12 euro. Maar toch! Een minuut of 20, dan zal de wielklem verwijderd worden. Dit wordt uiteraard ruim twee uur. In de tussentijd hebben wij ons vermaakt met voetballen op de stoep met een leeg colaflesje, inventief word je hier wel. Om 2 uur hebben we een lunchafspraak met Renske, maar dat halen we niet. Om tien voor 3 zijn we bij het restaurant.

img_20170207_143438
Straatvoetbal

Na de lunch nog even langs de plaats waar het schaderapport gemaakt wordt. Een vergoeding, daar kunnen we hoogst waarschijnlijk wel naar fluiten. Maar goed, wie weet wordt deze taxichauffeur ook een keer verrast met een wielklemmetje omdat hij nog gerapporteerd staat. Waarschijnlijk niet, maar de gedachte aan gerechtigheid voelt fijn. En dan is het alweer tijd om weer naar huis te gaan, waar we om half 8 aankomen.

‘Hebben jullie een leuke dag gehad? Wat hebben jullie gedaan?’ Nou, we hebben vooral politie gezien. Maar het was evengoed een gezellige dag. En we hebben weer een verhaal te vertellen.

Als je patiënt ook een beetje familie is

De zorg rondom onze kinderen in het kinderhuis is altijd een beetje dubbel.Enerzijds word ik als arts erbij gehaald als het niet goed gaat. De ene keer gaat het om een bloedneus of een grote wond, de andere keer zijn de kinderen echt ziek. Als dokter auntie Tamar gaat geen schrammetje aan mij voorbij en wordt ieder pijntje gemeld. De druppels ranja via een spuitje doet hier wonderen als buikpijnstiller.

Als kinderen erg ziek zijn, is het echter erg dubbel. Zo hadden we onze Eva. Eva kwam via de politie begin juli bij ons. Ze was eigenlijk een maand eerder al ergens achter gelaten. De vrouw die haar gevonden had, heeft op verzoek van de politie eerst nog een maand voor haar gezorgd. Na een maand zagen zij dit toch niet meer zitten en werd ze alsnog bij de politie gebracht om ergens anders heen te gaan. Toen ze bij ons kwam, was ze ondervoed. We schatten haar op een jaar, vermoedelijk zelfs nog iets ouder en ze woog slechts 5.5 kg. Volgens de vrouw die haar bracht was ze er een maand eerder nog veel slechter aan toe. In eerste instantie groeide ze als kool. Maar helaas had zij ook het beruchte draakje in haar bloed. De eerste dag dat ik met haar in het ziekenhuis zat, was ze gezellig en brabbelde ze ma-ma-ma-ma.  In die kliniek wisten ze dat ik een arts was.  Ik hoefde daarom  niet eerst vele counselingsessies aan te gaan en Eva mocht meteen met de medicatie starten.

p1000035De eerste paar dagen gingen oké, ze had een hekel aan medicijnen slikken, dus het was een strijd, maar verder leek ze er weinig last van te hebben. Dit was echter tot de 5e dag. Daarna kreeg ze alsnog last van de bijwerkingen.

Die eerste week waren we al twee keer in die kliniek geweest voor andere onderzoeken en uitslagen. Een ondervoed meisje met HIV en daarbovenop overgeven en diarree als waarschijnlijk gevolg van de medicijnen, was echter een combinatie waar ik de verantwoordelijkheid niet zelf voor wilde nemen. Dus hoppa, weer terug naar het ziekenhuis. Want wat als….. Met adviezen mochten we weer naar huis.Twee dagen later waren we alweer terug in het ziekenhuis, er trad namelijk geen verbetering op.

Dat betekende nog meer onderzoeken, voor de zekerheid ook een ruggenprik. Sinds ze met de medicijnen was begonnen werd ze met de dag minder vrolijk. Soms nog een lach. Het brabbelen deed ze niet meer. Tijdens de prik huilde ze ineens weer; mama-mama. Armp1060359 kind, ondervoed, doodziek en zonder degene die haar eigenlijk bij had moeten staan, haar eigen moeder. Hartverscheurend om te zien. Ze werd opgenomen op de afdeling die voor ons inmiddels vertrouwd terrein was, de ondervoedingskliniek van Mulago.  Daar mocht ik de zorg overdragen aan mijn collega’s waar ik het volste vertrouwen in heb.

Uiteindelijk kreeg ze opnieuw diarree. We hebben dat de afgelopen maanden in de ondervoedingskliniek al vaker gezien, dat is wat de meeste kinderen daar uiteindelijk de das omdoet. Ondervoede kinderen  hebben al zo weinig bij te zetten. Dit gold ook voor Eva, het ene moment vocht ze nog met de dokter omdat ze niet wilde dat er een onbekende aan haar zat. Een half uur later had ze de puf niet meer om haar hand weg te duwen. Uiteindelijk heeft ze het niet gehaald. Ik zat erbij, ik had haar vast.

Het voelt heel dubbel, want je wilt graag iets doen. De strijd die zij vechten moest was niet eerlijk, het was een lief klein onschuldig meisje, maar met een naar draakje in haar bloed. Wat was ik blij dat ze in handen was van de kinderartsen daar, die ook alle mogelijke opties die ze terhand hadden op haar hebben toegepast. Ik hoefde nu gelukkig alleen haar ‘familie’ te zijn. Hoe triest het ook is dat ze niet in de armen heeft mogen gaan van degene waar ze eigenlijk bijhoort, hoop ik  dat ze heeft gevoeld  dat er twee maanden lang mensen voor haar gezorgd hebben die oprecht om haar gaven.p1000339

%d bloggers liken dit: